Bij de EU beoordelen 14 mensen nepnieuws

b_250_200_16777215_00_images_gras.jpg  Berichtgeving van Geenstijl, de NPO en De Gelderlander werd door een Europese taakgroep genaamd ‘EU vs Disinfo’ beoordeeld als ‘pro-Kremlin’. Wat is dat voor club die namens de EU media de maat neemt? Bijzonder dat nepnieuws alleen uit Rusland zou komen. Wat doet die taakgroep precies? En worden we er wijzer door of geeft het een hoop gezanik en onwelkome polarisatie?

De Europese taakgroep die vanuit Brussel vermeend nepnieuws analyseert, ontvangt sinds vorig jaar ruim 1 miljoen euro uit een budget voor strategische communicatie. De EU versus Disinformation-campagne, waar in Nederland vorige week de discussie oplaaide, heeft 14 mensen in dienst. Europarlementariërs zouden die groep graag uitgebreid zien.

Overigens valt het in Nederland mee met nepnieuws, concludeerden onderzoekers vorig jaar. Wel zijn In Nederland inmiddels Kamervragen gesteld over de werkwijze van EU vs Disinfo, dat naast GeenStijl en TPO ook De Gelderlander en NPO Radio 1 als verspreiders van desinformatie heeft bestempeld.

In een deel van een uitgebreid artikel van Lars Parsveer voor Villamedia vraagt hij de EU vs Disinfo-taakgroep of het stempel ‘disinforming outlet’ niet veel te zwaar is voor enkel het neutraal weergeven van een afwijkende mening.

De woordvoerder van de taakgroep reageert met een eindeloos voortstromende woordenvloed waar iedereen bij voorbaat gek van wordt maar waaruit toch wel blijkt dat hij fouten mogelijk acht in de beoordeling. Dat is wel enigszins soepel. Volgens deze woordvoerder is de taakgroep zich er eveneens van bewust dat hoewel fouten mogelijk zijn deze via ‘een eenvoudige en heldere procedure’ kunnen worden gemeld en indien nodig, gecorrigeerd. Dat klinkt weer als heel vermoeiend en langdradig in de praktijk.

De kwalificatie te hebben meegewerkt aan het verspreiden van nepnieuws en desinformatie is bij de daarover genoemde Nederlandse media slecht gevallen.
Europarlementariër Hans van Baalen (VVD) noemt desinformatie van alle tijden, maar stelde dat internet het lastiger heeft gemaakt de bron te herkennen. Mediawijsheid is daarbij noodzakelijk. Nieuwsproductie moet volgens Van Baalen vrij zijn, maar oorsprong en eventuele sponsoring moeten duidelijk zijn. De EU moet wat hem betreft rond nepnieuws geen tegen-propaganda inzetten, maar feiten.

Qua intentie is dit een heldere samenvatting van de stand van zaken binnen de complexe discussie over wat al dan niet nepnieuws is. Verder is het natuurlijk - al meen je wellicht volstrekt supergelijk te hebben - totaal onacceptabel om te vinden dat een afwijkende of andere mening niet kan worden getolereerd.