Even Er Tussendoor: Wat Je Niet Moet Zeggen op een Begrafenis
Soms belt er laat op de avond iemand met “iets leuks” — en dat IS dan ook zo, al zit er altijd een rafelrandje aan hun verhalen.
Een Belgische vriendin van jaren her belde me dat haar cheffin haar op een luxueus hotelweekend in Rome had getrakteerd. Tenminste… 'getrakteerd'. Ze moest dan wel “even” langs een paar peperdure modezaken om een kostbare rôbe op te halen, persoonlijk door haar gepast omdat zij en haar bazin stomtoevallig precies dezelfde maat hebben.
“Daarbij moest ik ook hele dure avondschoenen van Dior uit een andere winkel halen,” zuchtte ze. “Ik hou niet van dat shoppen en dat materialistische gedoe.”
“De meeste vrouwen zouden het graag van je overnemen,” zei ik. “Ik ben bezig aan een verhaal over Atelier Hermine, en geloof me: die verkeren niet in die luxepositie. Die werken zich het schompes voor hun poen.”
“Je weet dat ik liever naar een park of museum ga,” zei ze. “En waarom bestelt ze haar schoenen niet gewoon via de Bijenkorf?”
Haar cheffin heb ik weleens meegemaakt: altijd gehaast, altijd zichtbaar op partijen, altijd de sterke vrouw. “Ze krijgt een Award binnenkort en wil er top uitzien,” zei mijn vriendin. “Ze had nog een ticket liggen. En nu krijg ik er een paar vrije dagen bij cadeau, maar ik ben helemaal niet in de stemming.”
Ik durfde niet rechtstreeks te vragen of ze misschien met een ongelukkige liefde zat. Dus zei ik alleen: “Misschien ontmoet je nog wat leuke mensen daar?”
“Daar ben ik totaal niet voor in de mood,” zei ze. “Ik lees een boek over mysterieuze rituelen. Dat kocht ik nadat ik laatst iets gênants heb meegemaakt op een begrafenis van verre familie.”
Ik schoot overeind. Bij haar kan dat werkelijk alles betekenen.
“Er was dus een plechtigheid,” begon ze. “En opeens kwamen er allemaal mensen binnen in identieke zwarte jassen met identieke zwarte schoenen. Ik vroeg wie dat waren. Ze zeiden: ‘Wij geloven in G.’ Ze bedoelden de Allerhoogste.”
“En toen floepte ik eruit: ‘G? Dat is zeker jullie Grote Smurf!”
Ze zweeg even. “De blikken die ik daarna kreeg… Ik wist meteen dat ik veel te ver was gegaan.”
Ik kon het niet houden en moest lachen. “Is die studie in dat boek over mystieke krachten soms een soort boetedoening?”
“Misschien wel,” zei ze zacht.
“Nou,” zei ik, “goed dat je cheffin je even naar Rome heeft gestuurd om op adem te komen. Ze had vast nog wat reischeques over en wil haar belangrijkste assistente weer stralend terug.”
Toen ze merkte dat ik om haar ‘fout’ moest lachen, beloofde ze haar best te doen om nog iets van haar avond te maken.
Ik ging weer verder met mijn stukje over Atelier Hermine en hun worsteling met duurzaamheid en het klimaat bij de inkoop van stoffen.
En zij beloofde dat ze, zodra haar reis achter de rug is, even langskomt voor koffie.
Maar van dat rare boek moet ik niets hebben. Dat mag ze thuis laten.









