Van der Klein feliciteert 100 jarig operagezelschap Thalia Amsterdam

b_250_200_16777215_00_images_Fledermaus15.jpg

100 jaar bestaat het operagezelschap Thalia. Dat is een knappe prestatie van dit amateur opera en operettegezelschap dat regelmatig de amateurstatus lijkt te ontstijgen. Het gezelschap is in tv.programma's te beluisteren en bracht zangers als de wereldfameuze sopraan Christina Deutekom en de tenor Anton De Ridder voort.

Van dit gezelschap maakte ondergetekende zelf enige jaren deel uit van de tweede tenoren. Vanavond vindt het Gala plaats in de bovenzaal van het Geert Groote College dat ook over een eigen leerlingenkoor beschikt. (Dit koor is soms zelfs bij voorstellingen van de Nationale Opera betrokken. Tegelijkertijd vonden en vinden leden van het koor van de Nationale Opera bij gezelschappen als Thalia een platform om solistisch op te kunnen treden.)

Ik volg een diavoorstelling met foto’s en recensies ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van Thalia. Met gezongen hoogtepunten uit het repertoire. Van ‘klassieke’ walsoperettes van Kálmán en Lehár tot de oudere maar toch moderner klinkende lichte opera’s van Gilbert & Sullivan en van Hoffmanns vertellingen tot The Student Prince. De voorstelling start met enkele speelse gedeelten van Zarzuela. Dit geeft een indrukwekkend beeld van het brede repertoire wat het Thalia-koor beheerst.
Bij de solisten valt de bekende – en koninklijk geridderde - bariton Bert Simhoffer meteen op. Met zijn opvallend duidelijke dictie en meeslepende expressie bengt hij een voortreffelijke Tevye (“Als ik toch eens rijk was...’’ ) uit Anatevka, dronken Danilo (“Dan ga ik naar Maxim...”) uit die Lustige Witwe. Gevolgd door een aanvankelijk verbaasde en dan steeds bozer wordende Ollendorf (“Ik heb haar toch slechts op haar schouders gekust...”) uit der Bettelstudent.
De lyrische tenor Walther Deubel, bekend van het TV programma Il Voce Particulare, kan met gemak de moeilijke hoge noten uit Das land des Lächelns, The Student Prince en zelfs Guiseppe Verdi’s La Traviata aan. De sopraan Joke Prak is een zeer verdienstelijke Grävin Mariza en Perichole, terwijl het publiek geniet van haar uitvoering van het overbekende ‘Barcarolle van Offenbach.’ Dit zingt ze samen met de mezzosopraan Ellen Hink.
Verrassend is de zeer overtuigende uitvoering van ‘Scintille diamant’ uit de opera Hoffmanns vertellingen van Ofenbach door de bas/bariton Wil Stravers. Zeker niet het makkelijkste stuk uit het repertoire. Kostuums en décors zijn in de feestelijke doch gedekte tinten zwart, rood en bruin. Als vanouds lijken onder de kundige leiding van Irma Derksen ook de costuums en speciaal de hoeden goed aan te sluiten bij de sfeer van de voorstellling.
De Russische pianist en dirigent Alexander Koetznetzov maakt zijn muzikale gave volledig waar door inzetten aan te geven en tegelijkertijd het geheel op de piano te begeleiden.

De voorstelling kreeg een finale met een gespeelde feestelijke dronkenschap met het intense “Brüderlein und Schwesterlein..” uit die Fledermaus van Johan Strauss en het bekende drinklied uit Verdi’s La Traviata. Het publiek dronk in gedachten mee op de volgende 50 jaar van dit roemrijke gezelschap.
Toch moeten we dat nog maar afwachten. De musical en juist de Grand Opera dreigen de operette te verdringen. De jaren van 4 of zelfs 5x een uitverkocht Theater Marcanti met 3 á 4 duizend bezoekers is voorbij.
Al zal dit repertoire wel een vast publiek van liefhebbers behouden en misschien zelfs in de toekomst een revival beleven. Een zekere vernieuwing van het repertoire waar Thalia ook om bekend staat draagt daaraan zeker bij.
Nogmaals: 100 jaar bestaan... Dat zegt wel iets over een bestaansrecht. Er zijn spotters die daar niet in geloven. Ik denk daarbij aan een schitterende compositie. De Opera ‘Reynaert met de tekst: “Amen, de opera is uit – en nu de moraal nog tot besluit”. Dáár komt natuurlijk niets van in.