EVEN ER TUSSENDOOR: Zó genoeg van al die onthullingen ...
Ik droomde dat iedereen een kluis had.
Met een eigen sleutel. Dat vond ik nog geruststellend.
Er was ook een figuur — ik zag hem op de rug — die mij wees op een reeks kluizen van hogere orde. Ik kreeg de sleutel. Ik gebruikte hem niet.
In televisieprogramma’s zou dat het moment zijn waarop de muziek aanzwelt.
Een stem die iets meeslepends fluistert.
Iemand die nét te kort zingt.
Een auto die met knarsende banden vertrekt.
Of erger: een ondervraging in een kille ruimte, verkeerde mensen beschuldigd, vernedering rond een tafel waar iedereen zogenaamd beschaafd luistert.
Altijd moet er een hoogtepunt komen.
Of een dieptepunt.
Bloedwaarden, affaires, onthullingen.
Er moet iets gebeuren ...
Maar in mijn droom gebeurde niets.
Ik stond daar gewoon.
Dat kan natuurlijk niet, zeggen de schermen.
Je moet openen. Je moet onthullen. Je moet kiezen. Je moet escaleren.
En als je een krant maakt, kun je niet om het nieuws heen.
Dan schrijf je over machtige mensen die vechten om de beste technologische wapens.
Nu moet AI zorgen dat de vijand nóg effectiever geraakt wordt.
Er zijn te veel mensen die alle kluizen willen controleren.
Niemand weet meer precies waarom of hoe het begon.
Iedereen spreekt door elkaar.
Misschien is de Toren van Babel ook zo begonnen — niet met één groot plan, maar met te veel stemmen tegelijk.
En ergens in die kakofonie stond ik in mijn droom gewoon stil.
Met een sleutel die ik niet gebruikte.
Ik had er geen zin in.
Net als heel veel mensen.
Misschien ontbreekt er helemaal geen macht — die is er genoeg.
Misschien maakt het minder uit wat je met die sleutel doet dan we denken.
Als macht werkelijk sterk is, is ze overal aanwezig.
Daarvoor hoef je niet aan de top te staan.
Maar de strijd gaat door. Het geruzie ook.
Terwijl de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing allang zoek is geraakt.
Vertel het me maar. Torens genoeg.
Maar waar is de handleiding?









