EVEN ER TUSSENDOOR: De stroom was weg
Het was kwart over zeven in hartje Amsterdam en de stad deed even alsof ze zichzelf niet kende.Later ontving iedereen een Amber Alert want niemand wist precies waardoor alles opeens totaal inde war leek te raken.
Opeens stonden de mensen op een drukke middag midden in de winkel in het donker. "Loopt u rustig naar de uitgang dames en heren," riep een medewerkster. "Zet uw mandje daar neer want er kan niet afgerekend worden."
Het Kruidvat ging dicht. Iedereen moest er uit. In de hele lange Kinkerstraat stonden verschillende trams stil, alle winkels en supermarkten zaten zonder stroom in de hele straat sloten ze hun deuren alsof dat ineens vanzelfsprekend was.
Een vrouw bleef staan. Ze had dringend keeltabletten nodig.
De medewerkster, al half in afsluitmodus, keek haar aan en zei:
“Dan maak ik voor u maar meteen een uitzondering. Wacht maar.”
Verderop verspreidden mensen zich.
Een hele oude, magere dame kwam juist aan. Ze hield haar hand tegen haar voorhoofd.
“Ik heb zo’n hoofdpijn. Ik had net tabletten nodig.”
Ik vroeg of ze misschien een citroen had.
“Ja,” zei ze. “En gember. Ik denk dat het een begin van griep is. Dan ga ik maar weer.”
En ze draaide zich om.
Bij de kapper kwam de bazin naar buiten. Ze liet de deuren wijd open staan en ging een stukje verderop bellen.
Ik zei: “Je laat alles open.”
Ze haalde haar schouders op en lachte.
“Wat kunnen ze hier nou meenemen? Hoogstens een paar kappersstoelen.”
En dat was het.
De stad zonder stroom, maar niet zonder verstand.









