Meer zekerheid bij langdurige ziekte
DOOR: ELIAN BRON / - 11 juli 2026 - DEN HAAG - Wie twee jaar ziek is, krijgt niet alleen met zijn werkgever en de bedrijfsarts te maken. Uiteindelijk kijkt ook UWV mee. En juist daar kan een probleem ontstaan.
Een werkgever moet tijdens de eerste twee ziektejaren het loon doorbetalen en helpen om een werknemer weer aan het werk te krijgen. Daarbij speelt het advies van de bedrijfsarts een belangrijke rol.
Maar na twee jaar kan UWV oordelen dat de werkgever toch niet genoeg heeft gedaan. In het uiterste geval moet het loon dan nog maximaal een jaar langer worden doorbetaald.
Het kabinet wil daar verandering in brengen.
Als een werkgever het advies van de bedrijfsarts over de mogelijkheden van een zieke werknemer heeft opgevolgd, moet daar bij de beoordeling door UWV van worden uitgegaan.
Voor werkgevers betekent dat meer zekerheid. Zij weten beter waar zij aan toe zijn en hoeven niet bang te zijn dat een medisch oordeel later ineens anders uitpakt.
Toch zijn er ook vragen. De Raad van State waarschuwt dat een bedrijfsarts zich kan vergissen. Als zijn advies leidend wordt, kan een verkeerde inschatting gevolgen hebben voor de werknemer en diens kansen om weer aan het werk te gaan.
En daar zit precies de moeilijkheid. Een zieke werknemer is geen dossier met benen. Maar een werkgever kan ook niet twee jaar lang raden welk oordeel uiteindelijk het juiste blijkt te zijn.
Het wetsvoorstel regelt verder dat mensen die tijdens het lange wachten op een WIA-beoordeling een voorschot krijgen, dat geld niet hoeven terug te betalen als later blijkt dat zij geen of minder recht op een uitkering hebben.
Ook worden enkele regels voor de Wajong aangepast.
De ministerraad heeft met het wetsvoorstel ingestemd. De Tweede Kamer moet zich er nog over buigen.
Het kabinet probeert met de nieuwe regels vooral één probleem op te lossen: wie het advies van de deskundige volgt, moet niet jaren later horen dat hij het toch verkeerd heeft gedaan.









