Kabinet wil jonge kinderen eerder ondersteunen
Wat leuk: het kabinet heeft plannen voor een vliegende start voor de opvoeding van kinderen. Het kabinet wil dat ministeries, gemeenten, scholen, kinderopvang en zorg beter samenwerken om jonge kinderen en hun ouders te helpen.
De plannen richten zich onder meer op taalontwikkeling, ondersteuning thuis, lokale teams en betaalbare kinderopvang. In een brief aan de Tweede Kamer schrijven vier bewindspersonen dat kinderen zo vanaf hun geboorte tot aan de kleuterleeftijd betere kansen moeten krijgen om zich te ontwikkelen.
Ouders en verzorgers blijven daarbij als eerste verantwoordelijk; de overheid wil gezinnen ondersteunen wanneer dat nodig is. In principe komt de het kabinet heel voortvarend met goede plannen voor de dag.
ONDER SCHOOLTIJD GEZAMENLIJKE ACTIVITEITEN
Om kinderen met een taal- of andere ontwikkelingsachterstand eerder te helpen, wil het kabinet onderzoeken hoe consultatiebureaus, kinderopvang en scholen informatie kunnen uitwisselen. Ook wordt het tijdelijk mogelijk dat peuters en kleuters onder schooltijd samen activiteiten doen. Volgens staatssecretaris Tielen is een goede beheersing van het Nederlands belangrijk voor het verdere leren.
KANSRIJKE START
Voor steun aan gezinnen thuis werken gemeenten, jeugdgezondheidszorg, geboortezorg en bibliotheken samen in de aanpak Kansrijke Start. Die moet in 2030 in het hele land zijn ingevoerd. De plannen omvatten ook lokale teams waar ouders terechtkunnen met vragen over opvoeding en zorg. Gemeenten moeten afspraken maken over samenwerking met scholen en kinderopvang.
KINDEROPVANG BETAALBAARDER
Daarnaast werkt het kabinet aan een nieuw financieringsstelsel voor kinderopvang. Het doel is de opvang voor werkende ouders geleidelijk betaalbaarder te maken en de kinderopvangtoeslag in 2029 af te schaffen.
Op termijn zouden kinderbijslag en het kindgebonden budget in één regeling moeten opgaan.
Alles bij elkaar gaat het om een enorm grote klus en de voornemens klinken goed. Maar samenwerking op papier is nog geen hulp in de praktijk.
Het resultaat hangt mede af van de nog te blijken deskundigheid, tijd en stabiliteit van de mensen en organisaties die gezinnen begeleiden.







