Frida Oléander: een naam die blijft spreken
Soms zit je bij de kapper en gebeurt er iets onverwachts. De deur gaat open en er komt een vrouw binnen in lilagrijs, zorgvuldig gekleed, met een stijl die meteen opvalt.
Niet nadrukkelijk maar je ziet het wel. Er zit aandacht in, en dat maakt dat anderen ook even anders naar haar kijken.
In gesprek blijkt dat ze uit de wereld van de mime komt. Een wereld waarin houding, timing en aanwezigheid alles bepalen. Haar man was Luc Boyer, een bekende naam binnen het Nederlandse theater.
Via hem komt ook Frida Oléander naar voren.
In de jaren zeventig trad deze bijzondere creatie op in Nederland — een samengaan van mime, zang en theatrale verbeelding.
Ze viel op door haar eigen stijl en de manier waarop ze het publiek wist mee te nemen zonder alles prijs te geven.
Dat werk is niet verdwenen.
Het wordt met opvallende toewijding en energie voortgezet door Fay Boyer. Zij beheert het archief en geeft het niet alleen een plaats, maar ook richting.
Via FAYST wordt zichtbaar dat dit geen stilstaand verleden is, maar iets dat opnieuw wordt neergezet. Helder, eigen en met overtuiging. Dat op een verfrissende wijze creatief doorgaat want sommige dingen zitten niet alleen in een archief.
Daar zit een zekere spanning in: tussen wat verstild is en wat opnieuw alles in beweging brengt en markeert. Je weet hoe alles ook op lange termijn ononderbroken doorgaat.
Soms zie je dat terug in hoe iemand een ruimte binnenkomt, hoe er wordt gekeken, hoe er wordt gesproken.
Niet als herinnering, maar als iets dat nog steeds werkt.
En dan weet je: dit is niet alleen een verhaal van vroeger.









