Kymani kijkt rond: Uwe kijkt mee - deel 3 -
Een paar dagen later stond de auto er weer.
Maar nu niet alleen.
Uwe stond ernaast. Handen op zijn rug, alsof hij naar een boot keek die nog niet van hem was. Maar dat best zou kunnen worden.
Hij had die houding vaker. Op steigers, op terrassen, zelfs bij diners waar hij liever niet te lang bleef.
Benji wist dat dat meestal betekende dat er ergens een vrouw in de buurt was die hij later weer moest afschudden en dat hij hoopte dat niemand daar vragen over stelde.
Zeker Solange niet.
Je begrijpt wat ik bedoel. Zij behoort tot De Chicks van deze wereld.
Benji zei niets. Dat had hij afgeleerd.
Kymani kwam iets later aanrijden. Motor uit, helm onder zijn arm.
Hij keek van de auto naar Uwe en weer terug.
“Dus dit is ’m,” zei Uwe.
Het klonk niet als een vraag.
“Hij rijdt stil,” zei Benji.
Uwe knikte.
“Dat doen goede boten ook, als het goed is.”
Kymani trok één wenkbrauw op.
“Dat is een vergelijking waar ik nog even over moet nadenken.”
Uwe keek hem nu voor het eerst echt aan.
“Jij rijdt motor,” zei hij.
“Ja.”
“Waarom?”
Kymani haalde zijn schouders op.
“Omdat je dan weet dat je er bent.”
Daarna was het stil.
In de verte klonk alleen het geluid van een scheepstoeter.
Toen keek Uwe weer naar de auto.
“En dit,” zei hij langzaam,
“is voor mensen die al weten dat ze er zijn.”
Benji keek naar de grond.
Kymani naar de lucht.
“Of,” zei Kymani,
“voor mensen die willen doen alsof.”
Een heel kleine glimlach verscheen bij Uwe.
“Dat,” zei hij,
“gaan we nog wel zien.”
Even streek hij met zijn hand langs het dak van de auto.
Bijna achteloos alsof hij wilde voelen of daar iets bleef.
“Netjes,” zei hij.
“Een auto voor echte mannen. Aansluiten in de file. Geen sluipverkeer.”
“Netjes? … Dat is nog maar de vraag,” reageerde Kymani.
Maar Benji wist dat Uwe dat woord altijd gebruikte voor dingen die hij onder controle dacht te hebben.
Uwe keek nog één keer. Kymani ook. Maar om een andere reden.









