Meer rechten, maar wie let op de zorg?
DOOR: PHIA BARUCH/ - 22 september 2026 - PGB ZORGVERLENERS/WETSVOORSTEL/AMSTERDAM - Pgb-zorgverleners krijgen dezelfde sociale zekerheid als andere werknemers.
Dat is goed nieuws. Maar goede zorg voor de kwetsbare budgethouder vraagt méér dan een nieuwe wet.
De Eerste Kamer heeft ingestemd met een wet die pgb-zorgverleners meer werknemersrechten geeft. Het gaat om mensen die via een persoonsgebonden budget bij iemand thuis werken en minder dan vier dagen per week een arbeidsovereenkomst hebben.
Zij kunnen voortaan, als zij aan de voorwaarden voldoen, een uitkering aanvragen bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid.
Bij ziekte krijgen zij recht op maximaal 104 weken loondoorbetaling. Tot nu toe was dat korter geregeld.
Een pgb is bedoeld voor mensen die zelf zorg willen inkopen. Iemand die oud, ziek of gehandicapt is, kan dan bijvoorbeeld zelf een vaste hulp, begeleider of verzorgende kiezen. De persoon met het pgb heet de budgethouder en is bij een arbeidsovereenkomst juridisch de werkgever.
De zorgverlener wordt dus niet in dienst genomen door de gemeente, de SVB of het zorgkantoor. De Sociale Verzekeringsbank helpt wel met de betaling van het loon, belasting en premies. Ook kan de SVB helpen wanneer een zorgverlener ziek wordt.
De nieuwe wet komt voort uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep uit 2023. Die oordeelde dat pgb-zorgverleners die minder dan vier dagen per week werken, niet minder sociale zekerheid mogen hebben dan andere werknemers. Vooral omdat veel vrouwen dit werk doen, was dat onderscheid onrechtvaardig.
Dat is een verbetering. Maar er blijft een belangrijke vraag over: wie beschermt de budgethouder wanneer de zorg niet goed is?
De budgethouder kiest in beginsel zelf de hulp. Dat kan een bekende zijn, iemand uit de buurt, een zelfstandige zorgverlener of iemand die via een bemiddelingsorganisatie wordt gevonden. Vooraf worden afspraken op papier gezet over het werk, de uren en de betaling.
De gemeente, het zorgkantoor of de zorgverzekeraar beoordeelt eerst of iemand een pgb kan beheren. Zij kijken of de budgethouder, eventueel met hulp van familie of een vertegenwoordiger, in staat is om zorg te regelen. Daarna is er echter niet dagelijks toezicht in huis.
Gaat de hulp slecht, dan kan de budgethouder of familie eerst het gesprek aangaan en de afspraken aanscherpen. Als dat niet helpt, kan de zorgovereenkomst worden beëindigd en moet er andere hulp worden gezocht. Bij diefstal, mishandeling, verwaarlozing of gevaarlijke zorg moet direct worden ingegrepen.
Voor Wmo-hulp is er in iedere gemeente een Wmo-loket. Daar kan iemand terecht wanneer hulp thuis niet goed loopt. Gemeenten hebben ook een eigen Wmo-toezichthouder.
Bij andere pgb-zorg kan het zorgkantoor of de zorgverzekeraar het aanspreekpunt zijn. Voor klachten over de kwaliteit van zorg kan het Landelijk Meldpunt Zorg uitleg geven over de juiste stappen.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt toezicht op kwaliteit en veiligheid van zorgaanbieders.
Dat zijn veel verschillende loketten. Voor een mondige en gezonde familie is dat al ingewikkeld. Voor iemand die alleen, ziek of angstig is, kan het bijna ondoenlijk zijn.
Betere rechten voor zorgverleners zijn nodig.
Maar het kabinet moet ook zorgen voor voldoende goede mensen, een zorgvuldige controle voordat zij bij kwetsbare mensen thuis gaan werken en hulp die onmiddellijk bereikbaar is als de zorg tekortschiet.
Anders blijft de vrijheid van een pgb voor sommige mensen vooral een vrijheid op papier.









