Wereldwijd vermogen op recordhoogte
DOOR: ELIAN BRON/ -22 oktober 2026- GLOBAL WEALTH REPORT 2026 - AMSTERDAM - Nederland heeft binnen de eurozone wel het hoogste gemiddelde netto financiële vermogen per inwoner. Veel vermogen zit vast in woningen en pensioenopbouw.
West-Europeanen merken weinig van de groei, terwijl de vermogenskloof in Nederland kleiner wordt.
Het financiële vermogen van huishoudens wereldwijd groeide in 2025 met 8,6 procent tot een record van 268,4 biljoen euro.
West-Europeanen profiteerden daar na inflatiecorrectie nauwelijks van.
Hun financiële bezit lag eind 2025 slechts 0,5 procent boven het niveau van 2019. In Noord-Amerika was dat verschil 21 procent.
Dat blijkt uit het Global Wealth Report 2026 van kredietverzekeraar Allianz Trade. Het rapport onderzoekt de financiële bezittingen en schulden van huishoudens in 57 landen. Stijgende beurskoersen droegen sterk bij aan de wereldwijde groei.
Van iedere vijf euro aan extra financieel bezit kwam ongeveer vier euro door waardestijgingen en één euro door nieuw spaargeld.
“Een recordbedrag aan vermogen klinkt indrukwekkend, maar mensen merken daar pas echt iets van als hun koopkracht ook toeneemt”, zegt Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux bij Allianz Trade.
“In West-Europa heeft de inflatie een groot deel van de vermogensgroei opgeslokt. Op papier zijn de bezittingen meer waard, maar wat je ermee kunt kopen, is sinds 2019 nauwelijks toegenomen.”
VERMOGENSKLOOF WORDT KLEINER
In de onderzochte landen bezat de rijkste 10 procent eind 2025 gemiddeld bijna 61 procent van het netto financiële vermogen. Dat aandeel is al twintig jaar vrijwel gelijk. In zestien landen nam de concentratie van vermogen duidelijk toe.
In negen landen werd die kleiner.
Nederland hoort bij die laatste groep, samen met onder meer België en Ierland. Tussen 2005 en 2025 daalde het aandeel van de rijkste 10 procent in Nederland met 2,4 procentpunt, tot 56,1 procent. De rijkste groep bezit daarmee nog altijd meer dan de helft van het netto financiële vermogen, maar haar aandeel is afgenomen.
“Nederland laat zien dat een scheve vermogensverdeling niet onveranderlijk is”, zegt Geeroms. “De middenpositie is hier sterker geworden ten opzichte van het gemiddelde. Dat is een positieve ontwikkeling, al blijven de verschillen groot. Bovendien gaan deze cijfers over financiële bezittingen en schulden. Ze vertellen niet het hele verhaal over ongelijkheid, bijvoorbeeld op de woningmarkt.”
HOOG GEMIDDELDE, MAAR VERMOGEN ZIT VAAK VAST
Het gemiddelde netto financiële vermogen bedraagt in Nederland 116.600 euro per inwoner. Daarmee staat Nederland op de negende plaats van alle onderzochte landen en bovenaan binnen de eurozone. In het bedrag zijn onder meer banktegoeden, beleggingen en opgebouwde verzekerings- en pensioenvermogens opgenomen, verminderd met schulden zoals hypotheken. De waarde van woningen telt in deze ranglijst niet mee.
Wanneer vastgoed wel wordt meegerekend, komt het gemiddelde Nederlandse nettovermogen uit op 302.180 euro per inwoner. Nederland staat daarmee op de zesde plaats in de ranglijst waarin Allianz Trade financieel vermogen en vastgoed samenbrengt.
“Dat gemiddelde betekent niet dat iedere Nederlander ruim drie ton achter de hand heeft”, benadrukt Geeroms. “Een groot deel van het vermogen zit vast in een woning of is opgebouwd voor het pensioen. Daar kun je niet zomaar je dagelijkse boodschappen mee betalen. En een gemiddelde verhult de grote verschillen tussen huishoudens.”
AMERIKAANSE HUISHOUDENS PROFITEREN MEER VAN BEURSGROEI
Ook de samenstelling van het vermogen helpt verklaren waarom Noord-Amerika financieel verder uitloopt op West-Europa. Noord-Amerikaanse huishoudens houden een groter deel van hun financiële bezittingen aan in aandelen en andere effecten.
Daardoor profiteren zij sterker wanneer beurskoersen stijgen.
In de afgelopen tien jaar kwam 71 procent van de groei van het financiële vermogen in Noord-Amerika uit waardestijgingen. In West-Europa was dat 36 procent. Tegelijkertijd legden Europeanen meer nieuw geld opzij.
In de eurozone stegen de nieuwe besparingen in 2025 met 13,3 procent.
Meer sparen leidt niet vanzelf tot een sterkere vermogensgroei, zegt Geeroms. “Tegen de stijging van de beurskoersen is niet op te sparen. Dat geldt ook voor de waardestijging van vastgoed.”









