Archieven openen debat over communistisch verleden Hongarije
WORTHY NEWS/DE COUTUREKRANT – 5 november 2026 – BOEDAPEST - De openbaarmaking van duizenden geheime politiedossiers heeft in Hongarije nieuwe vragen opgeroepen over mogelijke informanten uit de communistische tijd.
Voormalig premier Viktor Orbán ontkent dat hij voor de geheime politie werkte; een inmiddels gecorrigeerde fout in het archiefsysteem onderstreept hoe voorzichtig de documenten moeten worden gelezen.
Voormalig premier Viktor Orbán heeft ontkend dat hij tijdens het communistische tijdperk informant was van de geheime politie. Zijn reactie volgde op de opening van tienduizenden staatsveiligheidsdossiers, waaronder documenten over een zittende rechter van het Constitutionele Hof.
De openbaarmaking viel samen met de zeventigste verjaardag van de Sovjetinvasie die de Hongaarse opstand van 1956 tegen het communistische bewind neersloeg.
Premier Péter Magyar lanceerde woensdag een doorzoekbaar online archief met ongeveer 60.000 namen die in verband worden gebracht met het voormalige staatsveiligheidsapparaat. Daarmee kwam een langgekoesterde eis tot meer openheid over het communistische verleden van Hongarije dichterbij.
Voormalig premier Miklós Németh had eerder gezegd dat hij in maart 1990 drie handgeschreven inlichtingenrapporten had gezien die volgens hem aan Orbán waren toe te schrijven. De toenmalige minister van Defensie, Ferenc Kárpáti, zou hem de rapporten hebben laten zien. Daarin zouden observaties hebben gestaan over Orbáns medesoldaten en hun politieke, religieuze en persoonlijke leven.
ORBAN ONTKENT BESCHULDIGINGEN
Németh erkende dat hij het handschrift en de handtekeningen niet had kunnen verifiëren en geen kopieën van de documenten had bewaard. De originele rapporten zijn niet openbaar bevestigd.
Een zoekopdracht van Worthy News in de nieuw gepubliceerde database leverde geen vermelding op onder Orbáns naam.
Orbán verwierp de beschuldigingen dinsdag. Hij publiceerde documenten uit de communistische tijd waarvan hij zegt dat ze aantonen dat de autoriteiten tevergeefs probeerden hem te rekruteren en hem daarna lieten volgen.
“Tijdens de eerste periode van mijn verplichte militaire dienst probeerden ze mij te rekruteren, maar ik weigerde. Daarmee mislukte de poging,” schreef Orbán op sociale media.
Volgens Orbán hielden veiligheidsfunctionarissen daarna hem, zijn vrouw Anikó Lévai en andere oppositieactivisten in de gaten. Daarbij zouden informanten zijn ingezet en afluisterapparatuur zijn geplaatst in werkruimten en woningen.
Historicus Krisztián Ungváry zette eveneens vraagtekens bij Némeths relaas, onder meer bij de vraag of de voormalige premier toegang zou hebben gehad tot de beschreven inlichtingenrapporten.
RECHTER GENOEMD IN DOCUMENTEN
De openbaar gemaakte stukken van de binnenlandse veiligheidsdienst III/III bevatten ook gegevens over András Patyi, rechter bij het Constitutionele Hof.
Een door Worthy News ingeziene registratiekaart uit de communistische periode noemt Patyi onder de codenaam “Kocsis Márton”. Volgens de kaart werd hij op 5 augustus 1988 gerekruteerd door de binnenlandse veiligheidsafdeling van de politie in het district Csongrád. De kaart vermeldt “patriottische gronden” als reden en noemt jeugdbescherming als werkterrein.
Patyi was eerder voorzitter van de Nationale Verkiezingscommissie. De partij Fidesz van Orbán droeg hem in 2023 voor als rechter bij het Constitutionele Hof.
De registratiekaart bewijst op zichzelf niet dat Patyi inlichtingenrapporten indiende of bewust met de communistische geheime politie samenwerkte. Het Constitutionele Hof liet woensdag weten dat de vermelding nader moet worden onderzocht en dat het pas inhoudelijk reageert nadat alle omstandigheden zijn bekeken. Patyi had woensdagavond nog niet publiekelijk gereageerd op vragen om commentaar.
CORRECTIE OVER SÁNDOR LESZAK
In een eerdere versie van dit bericht stond dat ook de naam van voormalig parlementair vicevoorzitter Sándor Lezsák in de gegevens voorkwam als mogelijke netwerkpersoon. Het Hongaarse historische archief voor de staatsveiligheidsdiensten meldde donderdagochtend dat zijn naam door een technische fout zo in de database was verschenen. Lezsák staat in de bestanden als iemand die werd geobserveerd, niet als netwerkpersoon. Het archief heeft excuses aangeboden en zegt de betrokken gegevens opnieuw te controleren.
SURÁNYL GENOEMD IN ARCHIEF
Afzonderlijke staatsveiligheidsgegevens noemen voormalig president van de Hongaarse centrale bank György Surányi onder de codenaam “Otto”. De registratie vermeldt hem als “ingezet netwerklid” van de contraspionageafdeling III/II van het ministerie van Binnenlandse Zaken.
De beschikbare gegevens tonen echter niet aan of Surányi bewust samenwerkte met de veiligheidsdiensten of inlichtingenrapporten indiende.
Het Historisch Archief van de Hongaarse Staatsveiligheidsdiensten benadrukte dat een naam in de database op zichzelf niet bewijst dat iemand bewust met de communistische autoriteiten samenwerkte. Sommigen werden benaderd om informant te worden, anderen kwamen onder druk te staan. Een aanzienlijk deel van de oorspronkelijke dossiers is vóór de overgang naar de democratie in 1989 en 1990 vernietigd of verdwenen.
Bij de opening van het archief riep Magyar de Hongaren op de onthullingen met waardigheid en medeleven te benaderen. Families kunnen pijnlijke informatie over hun verwanten tegenkomen.
“Hongaren hebben het recht hun eigen geschiedenis te kennen,” zei hij voorafgaand aan de opening in het parlement. Opeenvolgende regeringen hadden volgens hem hun beloften om het volledige bereik van het communistische surveillancenetwerk openbaar te maken niet waargemaakt.
MEER DOSSIERS VOLGEN
De doorzoekbare database bevat registratiekaarten, rekruteringsregisters en elektronische gegevens van de voormalige veiligheidsdiensten. Meer rekruteringsdossiers worden naar verwachting op 25 februari 2027 openbaar, de jaarlijkse herdenkingsdag voor de slachtoffers van het communisme in Hongarije.
Archiefmedewerkers erkennen dat er mogelijk nog documenten in Rusland liggen. Dat kan het reconstrueren van de activiteiten van de voormalige Hongaarse inlichtingendiensten bemoeilijken.
De openbaarmaking viel samen met de Hongaarse nationale dag van rouw op 4 november, precies zeventig jaar nadat Sovjettanks Boedapest binnenreden om de opstand neer te slaan. Bij herdenkingen in de stad werden de slachtoffers van de revolutie en de daaropvolgende represailles geëerd.
De Hongaarse Revolutie begon op 23 oktober 1956 met studentendemonstraties. Die groeiden uit tot een landelijke opstand voor politieke vrijheid, democratische hervormingen en een einde aan de Sovjetoverheersing.
Op 4 november lanceerden Sovjettroepen een groot offensief. Na zware gevechten werd het georganiseerde verzet gebroken.
Meer dan 2.500 Hongaren kwamen om tijdens de revolutie en de onderdrukking ervan. Ongeveer 200.000 mensen ontvluchtten het land. Honderden anderen werden later geëxecuteerd, onder wie de hervormingsgezinde premier Imre Nagy, die in 1958 na een geheim proces werd opgehangen.
Zeventig jaar later heeft de opening van de geheime politiearchieven het debat over de dictatuur en de mensen die voor haar veiligheidsapparaat werkten opnieuw aangewakkerd.







