EVEN ER TUSSENDOOR: De koffer die er niet is
Je hebt toch niet vergeten dat vandaag de lente begon?
Er is volop zon.
“Waar kan ik heen?”
Die vraag hangt tegenwoordig een beetje in de lucht.
Niet luid. Meer zo’n gedachte die langs komt als je even stil zit.
Of juist als je níet stil zit.
Je voelt de energie van een nieuwe toekomst al aankomen.
Vol verwachting: waar gaan we heen? Wat gaan we doen?
Zoals vandaag.
Zet de kast maar open, haal alles eruit.
De tafel ligt vol met rare, hoge stapels en opeens zijn er ook van die dingen die overal liggen.
Alsof je huis het even van je heeft overgenomen en besloten heeft:
"Het wordt hier te druk, te veel. We gaan verhuizen."
En dan is er altijd iemand die zegt:
“Nu we toch bezig zijn… Kijk nou… daar heb je toen zo lang naar gezocht. Je was nog in een heel slecht humeur omdat je het niet kon vinden. Daar is het — en nu heb je het eigenlijk helemaal niet nodig.”
Iedereen overdrijft toch wel eens?
Ik heb zoveel niet nodig.
Er kan dus best wat weg.
Het wordt tijd om van dingen afscheid te nemen.
Misschien moet ik zelf wel weg.
Kijk nu eens wat er weer tevoorschijn komt…
En voor je het weet sta je midden in je eigen leven,
alsof je op de camping zit tussen spullen waarvan je niet meer weet waarom je ze ooit bewaard hebt.
En ergens — heel even — begrijp je het.
Dat er mensen zijn die echt weggaan.
Niet omdat ze alles zo perfect voor elkaar hebben.
Maar omdat ze denken: misschien is het daar lichter.
Of rustiger.
Of gewoon… anders.
Op de EmigratieBeurs 2026 in de Koninklijke Jaarbeurs lopen ze rond.
Met vragen, plannen, soms al met een ticket in hun hoofd.
Gezinnen.
Of mensen die opnieuw willen beginnen.
Maar de meesten nemen niet alleen koffers mee.
Ze nemen ook hun gewoontes mee.
Hun neiging om nét nog even iets te doen.
De spullen die niet weg kunnen.
Hun verhalen.
En misschien is dat wel het geheim.
Dat je niet echt weggaat.
Maar jezelf een beetje verplaatst.
Naar een andere scène.
Het zit in de lucht.
Het is lente.
En daardoor staat er iemand in de tuin die vindt dat een vlinderstruik niet kan wachten.
Hij moet nu gesnoeid worden, omdat hij anders zielig wordt.
Er moeten takken af.
En jij denkt alleen maar:
"Wat een chaos. Waar ben ik eigenlijk gebleven vandaag?"
Maar je weet het wel.
Gewoon hier.
Zonder koffer.
Neem het voor wat het is, zeg je tegen jezelf.
Schuif alles opzij en maak een plekje vrij op die overvolle tafel.
“Laten we samen koffie drinken en het begin van een nieuwe lente vieren.”
En dan… ineens is er een bordje.
Met een taartje.
Eigenlijk twee.
Met zo’n wit bloemetje erop dat nergens over gaat en toch alles goedmaakt.
Je gaat zitten.
En denkt:
"Wie zegt dat ik weg moet?
Misschien hoef ik vandaag helemaal nergens heen."









