Albanië in beroering door geweld: studenten eisen vertrek premier
WORTHY NEWS/DE COUTUREKRANT – 19 oktober 2026 – TIRANA/BUDAPEST — De spanning bleef zondag hoog in de Albanese hoofdstad. Bij gewelddadige confrontaties tussen demonstranten en de politie vielen tientallen gewonden en werden honderden mensen aangehouden.
De landelijke protesten tegen de regering gingen hun zesde dag in.
Duizenden jonge Albanezen eisen het aftreden van premier Edi Rama. Zij beschuldigen zijn regering van corruptie en verwijten haar dat er te weinig wordt gedaan aan onderwijs, werkgelegenheid en een betere toekomst voor de jonge generatie.
De demonstraties vormen een van de grootste uitdagingen voor Rama sinds hij in 2013 aantrad.
Middelbare scholieren en studenten sloten zich aan bij een bredere protestbeweging. Die ontstond aanvankelijk uit verzet tegen een omstreden luxe toeristisch project dat verband houdt met Jared Kushner, de schoonzoon van de Amerikaanse president Donald Trump.
Het geweld nam zaterdag toe. Gemaskerde demonstranten gooiden stenen, molotovcocktails en vuurwerk naar de politie bij overheidsgebouwen in Tirana. Agenten reageerden met traangas, waterkanonnen en rubberkogels.
Volgens de politie waren na vijf dagen van onrust 167 mensen aangehouden. Op zondag meldde Reuters dat 388 mensen tijdens de demonstraties strafrechtelijk waren aangeklaagd. Politiechef Skender Hita zei dat minstens 132 politieagenten en 45 demonstranten gewond waren geraakt. Het werkelijke aantal gewonde demonstranten kan hoger liggen.
POLITIE ONDER DRUK
Hita zei dat zeven agenten voorlopig waren geschorst. Er loopt onderzoek naar beschuldigingen dat zij buitensporig geweld hebben gebruikt.
Journalisten zagen hoe de politie bij het ministerie van Onderwijs met rubberkogels leek te schieten.
Twee journalisten en verschillende demonstranten zouden door rubberen projectielen zijn geraakt. Zij hadden zichtbare verwondingen.
Verschillende overheidsgebouwen, banken en bedrijven raakten beschadigd. Brandende voertuigen en barricades blokkeerden straten in het centrum van Tirana, de hoofdstad van het Balkanland dat grenst aan Griekenland, Montenegro, Kosovo en Noord-Macedonië.
Het geweld volgde op maanden van grotendeels vreedzame demonstraties over vermeende corruptie, natuurbescherming en economische problemen. Steeds meer studenten sloten zich daarbij aan.
Studenten klagen over hoge collegegelden, gebrekkige onderwijsvoorzieningen, te weinig financiële steun en weinig kans op een goedbetaalde baan na hun studie.
VERLANGEN NAAR VERANDERING
Hun onvrede werd zaterdag zichtbaar toen demonstranten een koffer in brand staken en die op de binnenplaats van het ministerie van Onderwijs gooiden.
Het gebaar stond voor hun onvrede over het onderwijsbeleid en hun wens om in Albanië een betere toekomst op te bouwen, in plaats van het land te verlaten.
“Wij eisen onze rechten, onze toekomst en een beter land”, zei de student journalistiek Sinan Billa.
De studentenprotesten zijn samengegaan met de zogenoemde Flamingo-beweging. Die ontstond eerder dit jaar uit verzet tegen plannen voor een groot luxe toeristisch project aan de zuidkust van Albanië.
Het project, waaraan onder anderen Kushner verbonden is, krijgt kritiek vanwege mogelijke gevolgen voor het milieu en beschuldigingen over grondbezit en de behandeling van plaatselijke gemeenschappen.
Dorpsbewoners beweerden eerder dat hun grond onterecht was verkocht voor het project. Een man die betrokken was bij de betwiste verkoop werd volgens berichten door aanklagers gezocht op verdenking van drugshandel.
Zijn advocaat ontkende die beschuldiging.
Er is geen bewijs naar voren gekomen dat Kushner iets verkeerd heeft gedaan. Volgens onderzoekers was hij niet rechtstreeks betrokken bij het grondgeschil van de dorpsbewoners.
BESCHULDIGINGEN VAN CORRUPTIE
De protesten vestigen ook de aandacht op beschuldigingen van corruptie tegen de socialistische regering van Rama, die Albanië al meer dan tien jaar bestuurt.
Aanklagers beweerden eerder dat de vicepremier betrokken was bij het toekennen van bouwcontracten aan bevriende bedrijven. Rama en zijn plaatsvervanger ontkenden de beschuldigingen.
De kwestie versterkte bij demonstranten de indruk dat machtige politieke en zakelijke belangen profiteren van regeringsbesluiten, terwijl gewone Albanezen weinig economische kansen hebben.
Ook politici die eerder verbonden waren aan Rama’s regeringspartij sloten zich bij de oppositie aan. Eén van hun is de 25-jarige parlementariër Marjana Koceku. Rama koos haar vorig jaar als kandidaat voor het parlement, maar sindsdien is zij onafhankelijk parlementariër.
Koceku nam deel aan de protesten en bekritiseerde regeringsbeleid dat volgens haar onvoldoende rekening houdt met gewone Albanezen.
Zij wees daarbij vooral op zorgen over natuurbescherming, grondbezit en de toekomst van lokale gemeenschappen.
PREMIER HOUDT VOET BIJ STUK
De 62-jarige Rama, die vorig jaar een vierde termijn won bij de parlementsverkiezingen, wees de eis om af te treden af. Hij beschuldigde conservatieve politieke tegenstanders ervan het geweld aan te moedigen.
Rama zei dat zijn regering het recht van studenten en andere Albanezen om te demonstreren respecteert. Gemaskerde demonstranten die overheidsgebouwen en particuliere bedrijven aanvallen, zullen volgens hem wel met juridische gevolgen te maken krijgen.
“Mijn verantwoordelijkheid is in deze moeilijke tijd nog duidelijker: onze burgers beschermen, rechtvaardigheid garanderen en Albanië vooruithelpen”, schreef Rama op sociale media.
Hij stelt dat regeringen via democratische verkiezingen moeten worden vervangen en niet door geweld op straat. Ook blijft hij streven naar toetreding van Albanië tot de Europese Unie in 2030.
De onrust kan die ambitie bemoeilijken. Corruptie, georganiseerde misdaad en de rechtsstaat blijven belangrijke onderwerpen in het EU-toetredingsproces van Albanië.
COMMUNISTISCH VERLEDEN
De onrust speelt tegen de achtergrond van de moeilijke overgang van Albanië, dat ooit tot de meest repressieve communistische dictaturen van Europa behoorde, naar een meerpartijenstelsel.
Meer dan vier decennia lang werd het land geregeerd door de communistische leider Enver Hoxha. Zijn regime isoleerde Albanië van een groot deel van de buitenwereld, zette politieke tegenstanders gevangen en onderdrukte christelijke bijeenkomsten en andere uitingen van geloof met geweld.
In 1967 riep het regime Albanië uit tot “de eerste atheïstische staat ter wereld”. Religieuze praktijken werden verboden, kerken en moskeeën gesloten en gelovigen vervolgd, onder wie vrome christenen en geestelijken. De onderdrukking van religie werd later vastgelegd in de grondwet van 1976.
Hoxha overleed in 1985. Hij liet een verarmd en diep geïsoleerd land achter. Begin jaren negentig stortte het communistische bewind in. Dat maakte de weg vrij voor democratische verkiezingen, herstelde godsdienstvrijheid en een markteconomie.
De overgang verliep onrustig. In 1997 verloren veel Albanezen hun spaargeld toen frauduleuze piramidespelen instortten. Dat leidde tot grootschalige onrust, gewapend geweld en het uiteenvallen van de openbare orde.
EUROPESE TOEKOMST
Opeenvolgende regeringen hadden moeite met corruptie, zwakke instellingen en georganiseerde misdaad. Ook vertrokken grote aantallen Albanezen naar het buitenland om daar betere kansen te zoeken.
Ondanks die problemen heeft Albanië de banden met westerse instellingen versterkt. Het land werd in 2009 lid van de NAVO en voert onderhandelingen over toetreding tot de Europese Unie.
Albanië telt ongeveer 2,4 miljoen inwoners.
De bevolking is overwegend islamitisch, met ook omvangrijke christelijke gemeenschappen.
Toerisme en investeringen zijn gegroeid, maar critici zeggen dat niet alle Albanezen van de economische vooruitgang profiteren.
Voor een generatie die lang na de val van het communisme is geboren, is de huidige protestgolf een strijd om de vraag of Albanië zijn moeilijke verleden definitief kan overwinnen en zijn inwoners een welvarender en democratischer toekomst kan bieden.
Nu Rama weigert af te treden en demonstranten politieke verandering eisen, is de vraag of de regering het vertrouwen van de bevolking kan herstellen zonder de grieven aan te pakken die duizenden jonge Albanezen de straat op hebben gebracht.









