Banjo tussen marmer en herinnering
DOOR: CAROLYN MERDEDES - 12 mei 2026 - NEW YORK - Sommige instrumenten dragen meer met zich mee dan geluid. Ze reizen door tijdperken heen, veranderen van eigenaar, van betekenis en van omgeving.
Ooit klinken ze tussen stof, modder en houten veranda’s, later ineens onder hoge museumplafonds waar mensen met nette jassen en glanzende programmaboekjes aandachtig zitten te luisteren.
Dat gebeurt nu met de banjo in The Metropolitan Museum of Art in New York, waar Rhiannon Giddens samen met haar musici een programma brengt rond vroege banjomelodieën uit de jaren 1840 en 1850.
Muziek die laat horen hoe Afrikaanse en Europese invloeden zich ooit op Amerikaanse bodem met elkaar vermengden.
De banjo heeft een merkwaardige reis afgelegd. Lang stond het instrument bekend als iets folkloristisch, iets voor zijpaden van de muziekwereld.
Van festivals, alternatieve kringen of oude tradities die niet altijd serieus genomen werden.
Maar onder dat imago schuilt een ingewikkelde geschiedenis van migratie, overleving, toe-eigening en herinnering.
In de zalen van The Met krijgt die geschiedenis nu een andere omlijsting. Daar klinkt de banjo niet als decorstuk van nostalgie, maar als een instrument dat een verleden met zich meedraagt dat nooit helemaal verdwenen is.
Ook de sfeer rondom zulke avonden vertelt iets over deze tijd. Daarom ga ik persoonlijk graag op hun uitnodiging voor een concert in.
Grote culturele instellingen presenteren muziek tegenwoordig niet alleen meer als concert, maar als een ervaring met historische betekenis, maatschappelijke context en internationale verbindingen.
Tussen de keurige aankondigingen, sponsorfondsen en stijlvolle publiekscampagnes blijft uiteindelijk toch vooral één vraag hangen: raakt de muziek nog iets echts?
Dat lijkt bij Rhiannon Giddens wel degelijk het geval. Zij staat niet op het podium als een vluchtige performer, maar als iemand die zich bewust lijkt van wat zij vasthoudt. Op foto’s oogt de banjo bij haar bijna als een tweede stem. Niet als curiositeit, maar als een herinnering die opnieuw leert spreken.
Misschien is dat ook waarom zulke muziek juist nu opnieuw aandacht krijgt. In een tijd waarin alles snel voorbijschiet, verlangen mensen ongemerkt naar klanken die 'ergens vandaan komen.'
Naar iets dat niet gisteren is bedacht door een marketingafdeling, maar langzaam is ontstaan uit menselijke sporen, omzwervingen en verhalen.
Zelfs in een wereld van marmer, galajurken en keurige museumtrappen - waarmee ik mijzelf eerlijk gezegd misschien wat te graag associeer- kán zo’n instrument ineens weer iets eenvoudigs doen: ons even laten voelen dat geschiedenis niet dood is, maar nog altijd meetrilt.









